Rekeningrijden

Rekeningrijden of een kilometerheffing is een vorm van belasting op het gebruik van de auto. Historisch gezien werd dit bereikt door het invoeren van het heffen van accijnzen en BTW op brandstoffen.

Anno 2018 worden alternatieven bekeken, de “slimme kilometerheffing”. Deze nieuwe kilometerheffing is afhankelijk van de auto, de locatie en het tijdstip. Deze laat dus meer “sturing” toe dan de accijnzen, vandaar dat over een “slimme kilometerheffing” wordt gesproken.

Potenti├źle voordelen van rekeningrijden

  • Minder files
  • Goed voor het milieu
  • Goed voor de automobilist
  • Toename van openbaar vervoerreizigers
  • Goed voor de koopkracht

Aandachtspunten

  • Verwachte effecten: of beprijzen effectief is om de gewenste doelstellingen te bereiken is ongewis;
  • Inkomenseffecten: kans dat autobezit en gebruik voor de lagere inkomens onbetaalbaar wordt en ongewenste sociale effecten; de provincies zullen een provinciebelasting gaan invoeren;
  • Politiek draagvlak: goed inzicht nodig in gevolgen voor economie en gebruiker;
  • Privacygevoeligheden: rekeningrijden door middel van het ‘Kastje van Camiel’ levert de overheid een zeer goed inzicht in de verplaatsingen van haar burgers;
  • Juridische onzekerheid: een verloren rechtszaak kan het systeem elk moment stilzetten waarbij de hoge kosten van invoering verloren gaan;
  • Handhavingskosten te hoog (Londen): de verwachte opbrengsten voor de overheid worden niet gehaald;
  • Wetgeving vraagt forse aanpassing.

Heeft die bedrijfswagen nog wel zin?

Met een bedrijfswagen slaat de werkgever twee vliegen in ├ę├ęn klap.
Niet alleen is het een interessante manier om personeel te belonen, het verbetert tevens de mobiliteit van zijn werknemers.

Ongeveer 18% van de werknemers in ons land beschikt over een bedrijfswagen. Deze werknemers moeten de autobelasting over deze wagen uit eigen zak betalen.

Heeft die bedrijfswagen zin voor mij?

Deze belastingen op het gebruik van de bedrijfswagen zijn meestal geen als je vaak gebruikt maakt van de bedrijfswagen, maar wat als dat niet het geval is?

Bedrijfsauto’s zijn in veel gevallen niet noodzakelijk voor de uitvoering van de job, en werknemers geven steeds vaker aan dat ze hun bedrijfswagen eigenlijk niet nodig hebben.

Dit kan bijvoorbeeld komen doordat ze liever gebruik maken van hun eigen auto of het openbaar vervoer, of doordat ze erg dichtbij hun job wonen.

Voorkom extra belastingen

Het resultaat? Talloze werknemers betalen belasting voor een auto die ze amper gebruiken.

Dit bedrag kan al snel oplopen tot in de duizenden euro’s per jaar: voor een Audi A4 betaal je bijvoorbeeld al snel 400 euro per maand. Dat is zo’n 5000 euro per jaar!

Alternatieven

Niet alleen zorgt een bedrijfswagen voor hoge belastingen voor de werknemer, het brengt ook milieu- en fileproblemen met zich mee.

Om deze reden wordt er gestreefd naar een mobiliteitsbudget. Dit houdt in dat de werkgever de werknemer een tegoed geeft voor reiskosten. Dit budget mag de werknemer naar eigen inzicht spenderen om van A naar B te komen.

Zo kan de werknemer bijvoorbeeld kiezen voor openbaar vervoer in plaats van een bedrijfswagen. Indien de werknemer geldt over houdt, mag hij dit houden.

Het mobiliteitsbudget heeft zeker potentie om het fileprobleem om te lossen, maar vooralsnog zijn werknemers helaas nog niet verplicht het budget toe te kennen.

Car-for-cash

Werknemers kunnen daarnaast vanaf 2018 gebruik maken van het zogeheten car-for-cash principe.

Dit houdt in dat de werknemer kan kiezen voor een som geld in plaats van een bedrijfsauto als hij dit wil. Om misbruik te voorkomen wordt het cash bedrag op dezelfde manier belast als de auto.

Helaas is deze regeling niet voor al het personeel beschikbaar: werkgevers komen alleen in aanmerking als ze al minstens drie jaar bedrijfswagens geven aan hun personeel. Startersjob en studentenjobs komen dus niet in aanmerking.

Ook is het inruilen van een bedrijfswagen voor cash is alleen mogelijk indien zowel de werkgever als de werknemer hiermee akkoord gaan. Het succes van het deze regeling ligt dus voor een groot deel in de handen van de werkgever.